Story Froot: Haaien vissen
Haaien vissen
Verdwaasd kijken we naar de houten sloep, de verf bladdert eraf. Het doet me denken aan de verrotte schimmelige sloepen in de grachten die door de gemeente worden opgeruimd.
‘Het is ‘m echt,’ zegt Mathijs.
‘Oh kut,’ zeg ik.
We hebben een vistochtje geboekt via de plaatselijke VVV. We waren in de veronderstelling een tochtje met een vistrawler geboekt te hebben. We kijken onthutst naar de hengels die aan boord staan. Naast ons staat nog een toerist, een ervaren Britse riviervisser in professionele uitrusting. Wij dragen casual kleding. De twee vissers, plattelandsjongens, kijken ons aan. De blik in hun ogen is verbaasd, gevolgd door een minachtende grijns: stadsjongens.
Eenmaal op zee deinen we op de metershoge golven in het kleine bootje. Binnen de kortste keren hangt de Brit kotsend over de rand van de boot. De vissers trekken zich er niets van aan: ze hebben hun eigen project. In de jaren zeventig heeft een inwoner van Dunbar, nu een plaatselijke held, een haai gevangen. Een zeldzaamheid omdat aan de oostkust van Schotland bijna geen haaien zitten. De foto van de held met dode haai hangt in de stuurhut. Het is nu ook hun missie geworden. De toeristen zijn bijzaak, een middel. Emmers visafval worden overboord gezet, het stinkt verschrikkelijk. De Brit kotst nog heviger.
De sonar laat zien dat zich een school vissen onder de boot bevindt. Gehaast wordt ons verteld wat we moeten doen. We hebben een korte hengel met zes haken met blinkende folie. We vissen op makreel en kabeljauw. Met schijnbaar zelfvertrouwen gooien we de haken uit. Je voelt de vissen beurtelings trekken. Binnen een minuut hebben we beet aan meerdere haken.
Het schijnbare zelfvertrouwen wordt ontmaskerd: we kijken hulpeloos naar onze lijnen. De visser zet geërgerd zijn emmer visafval weg, haalt een vis van de haak en slaat ‘m beheerst dood. Mathijs doet hem na en tikt de vis, alsof het een eitje is, op de rand van de boot. De vis spartelt zich uit zijn hand en belandt op het dek. Ik pak het krachtiger aan en sla de vis hard op de rand: bloed spat over mijn kleding. De vis is dood. We krijgen de smaak te pakken: binnen een half uur liggen er 40 makrelen en 10 kabeljauwen aan boord.
De motor gaat weer aan: op zoek naar een betere plek. Al snel hebben we in de gaten dat de haaienmissie na onze snelle vangst weer prioriteit nummer een is. We gaan verder op zee, de golven worden hoger. De Brit heeft per ongeluk de helft van zijn kunstgebit in zee uitgekotst. De vissers negeren hem.
Na drie uur keren we terug naar de haven, zonder haai. De visser neemt nu de tijd voor ons en leert ons de vis fileren. De visresten gooien we overboord. In de haven snellen we naar ons vakantieappartement en bakken onze zelfgevangen vis: zwijgzaam en zelfvoldaan.

Verhaal: Ben Solleveld














DEEL DIT ARTIKEL