Story Froot: Onbekend feest
Onbekend feest
Ik sta in de tuin van een enorme villa in Berg en Bos, de wijk van de rijken. Hoeveel moet je verdienen om dit te kunnen betalen? Het is een prachtig groot huis uit de jaren dertig, tot in de puntjes onderhouden. Ik kijk uit over de enorme tuin die lager ligt dan het huis en verderop eindigt in het bos. Het is warm, iedereen is buiten in de tuin die wordt verlicht door lange snoeren met gekleurde lampen. De muziek galmt door de tuin. Ik ruik barbecue en bier, het is een uur of twaalf.
Ik ben geslaagd voor mijn eindexamen, net als de jongen die hier woont. Ik ken hem niet. Via een oude vriendin haak ik aan op allerlei examenfeesten. Ze is er niet altijd bij, vreemd genoeg is het normaal om naar examenfeestjes te gaan waarvoor je niet bent uitgenodigd. Niemand doet er moeilijk over. Je hoort waar en wanneer er een feest is en gaat kijken. Je ziet altijd wel een bekende. Het begin is wat spannend maar ik vind altijd aansluiting.
Ik heb mijn tweede flesje bier gepakt, ga op een tuinbank zitten en kijk wat rond. Een paar minuten later komen twee jongens tegenover me zitten. Ik herken ze maar ken ze niet van naam.
‘He man, jij was toch laatst ook bij Niels?’, zegt de blonde.
Ze zijn al dronken, heel erg dronken.
‘Ja klopt’, antwoord ik.
‘Kijk dat komt goed uit!’, grijnst de donkerharige.
‘Wij hebben namelijk een plan kereltje!’, lacht de ander.
Hun toon staat me niet aan. Ze kijken uitdagend, agressief. Ze lachen naar elkaar op een huichelachtige manier.
‘Jij!’, zegt hij en wijst naar mij.
Zijn wijsvinger hangt vlak voor mijn neus. De vinger hangt, opzettelijk uitdagend, in mijn aura. Ik leun naar links om de afstand tot de vinger te vergroten. Zijn ogen hebben een donkere glans net als de kat wanneer hij een vogel heeft gevangen.
‘Jij bent onze sukkel voor vanavond ventje! Wij gaan jou in elkaar slaan!’ Ik verstijf, alsof mijn lichaam een poging doet om onzichtbaar te zijn. Mijn maag verkrampt, mijn huid begint te tintelen. Voordat mijn hoofd ook maar een gedachte kan voortbrengen voel ik een platte hand die me op mijn wang raakt, hard maar niet te hard, uitdagend. Ik schrik me kapot, het is echt, dit gebeurt me echt. Mijn wang gloeit. Ik word bang. Ze zien het aan me.
Ik krijg nog een tikje op mijn andere wang. Dan stoppen ze en kijken me aan.
‘Wat is er dan ventje? Word je bang?’, zegt de blonde.
Hij kijkt naar de ander, lacht en zegt ‘We beginnen pas net.’
‘We gaan gewoon eerst een praatje met hem maken, gezellig’, grijnst de ander.
Ze spelen met me. Ik ben de muis waar deze katers mee gaan spelen. Dit is het voorspel dat toewerkt naar het hoogtepunt zodra ik mijn hielen licht van dit feestje. Ik zit verstijft op de tuinbank en heb geen idee hoe ik me hieruit moet redden.
Dan ploft Maarten naast me op de bank. Hij tikt zijn flesje tegen de mijne.
‘Proost!’ zegt hij.
Zijn rode haar lijkt nog roder in de gloed van de gekleurde lampen. Ik ken Maarten sinds kort. We klikken, hij vindt me gezellig en stelt me voor aan allerlei mensen. Ik staar hem aan, hij heeft geen benul wat zich hier afspeelt. Ik slaak een minieme zucht van verlichting dat ik niet meer alleen ben. ‘He Maarten, wat kom jij nou doen? Ga je onze avond weer ‘ns vergallen’, zegt de blonde.
‘Joh houd je bek toch ‘ns man, zielig ventje’, zegt Maarten en kijkt ze recht in de ogen aan.
Het is stil, ze worden overrompeld door een gelijkwaardige reactie, immuun voor hun agressie.
De donkerharige haalt uit en geeft Maarten een klap met de vlakke hand in het gezicht.
‘We gaan jou pakken vanavond Maarten!’, zegt hij.
Ik zucht heimelijk van verlichting. Maarten lijkt veel beter bestand tegen deze jongens.
De blonde deelt nu ook een tik uit op de andere wang van Maarten. Ik zie Maarten’s hand verschuiven naar de hals van zijn fles bier. Voor ik er erg in heb slaat hij de fles bier recht in het gezicht van de blonde. Hij valt met stoel en al achterover van de klap. Het feest valt stil, stemmen verstillen. Iedereen kijkt, heel even gebeurt er helemaal niks.
Ik zit op de fiets naar huis. In de drukte die ontstond ben ik er tussenuit geknepen. Mijn benen en handen trillen. Ik heb genoeg van de examenfeestjes van onbekenden.

Verhaal: Ben Solleveld














DEEL DIT ARTIKEL