Story Froot: Opa
Opa
Hij zit rechtop in actieve zithouding, zijn knieën en voeten bij elkaar. Keurig en smetteloos zoals altijd. Met zijn middelvinger drukt hij zijn montuur hoger op zijn neus. Zijn mimiek is onveranderd, vooral die van zijn handen valt me op. Hij draagt dezelfde bril als twintig jaar geleden. Met mode heeft hij nooit wat gehad, een echte techneut. Hij was ingenieur werktuigbouw en berekende constructies van bruggen. We zitten bij elkaar, in wat ze hier de woonkamer noemen. Een grote ruimte met verschillende zitjes. Het ziet eruit zoals je het verwacht. Linoleum vloeren in een wazige kleur zodat vlekken niet opvallen, onverwoestbare meubelen. Het doet me denken aan het openbaar vervoer. Gezelligheid wordt geleverd in pasteltinten.
Hij praat tegen mijn moeder maar kijkt mij aan.
Jullie hebben vriendschap, niet?
Zijn toon is argwanend, zijn blik afkeurend. Agressief bijna. Ik waan me weer zestien en in gezelschap van vriendin en angstaanjagende schoonvader. Ik voel me klein en geneer me. Mijn moeder kijkt me aan. We zeggen niks maar voelen hetzelfde. Het is zomer. Ik draag shorts en een strak shirt met korte mouwen. Ik heb lange haren en een zonnebril op mijn hoofd. In zijn ogen zie ik eruit als een pooier. Hij blijft me kwaad aankijken. Laatst heeft hij gevochten met de verplegers. Er waren drie verplegers voor nodig om die kleine man in bedwang te krijgen. Hij is een kop kleiner dan ik. Ik draai in mijn stoel, mijn shirt plakt aan mijn oksels. Angst heeft zich verraden.
De mevrouw van het verzorgingshuis breekt in, onwetend van de scène die zich hier afspeelt.
Koffie?
Opa kijkt op: Ja graag koffie. Hij zegt het kalm. Woede is vervangen door een sterkere drang. Hij staart wezenloos voor zich uit. De laatste tien minuten hebben nooit plaatsgevonden. Ik ben opgelucht maar toch ook niet. Mijn moeder pakt zijn hand, als een klein meisje dat de hand van haar vader pakt. De verwarring maakt zich nu meester van ons allemaal. We zwijgen, zittend in de woonkamer van het verpleeghuis, tussen andere patiënten en hun families. Een oude dame kwijlt en staart naar het plafond, haar armen uitgestoken als kromme antennes. Opa is nog vol energie als je hem vergelijkt met zijn medebewoners. Dementie is hartverscheurend. Bij binnenkomst had hij geen idee wie we waren tot hij ineens achteloos alle familiebanden uit het verre verleden in Polen opsomde. Als een kapotte lamp die even flikkert en weer dooft.
‘Ik ga naar de WC en mama haalt nog een kop koffie. Okay opa?’
Opa knikt.
Afscheid nemen werkt niet, dan huilt opa zonder stoppen. We piepen er tussenuit als twee pubers die stiekem naar de disco gaan. Buiten werpen we nog een blik in de woonkamer. Opa staart rustig voor zich uit, ongewis van ons bezoek.

Verhaal: Ben Solleveld














DEEL DIT ARTIKEL